FAQ

Wat is Hersenplasticiteit?
Hersenplasticiteit of kneedbaarheid is een belangrijk kenmerk van onze hersenen.
Plasticiteit verwijst naar de mate waarin iets veranderd of vervormd kan worden. Hersenplasticiteit is het vermogen van ons zenuwstelsel om van structuur en van functie te veranderen als reactie op nieuwe informatie.

Functionele vs structurele plasticiteit
Er wordt van functionele plasticiteit gesproken wanneer het brein een hersenfunctie van een beschadigd gebied verplaatst naar een onbeschadigd gebied. Structurele plasticiteit verwijst naar het vermogen van het brein om zijn fysieke structuur te veranderen als gevolg van het leren van iets, bv piano leren spelen of leren zitten.

Hoe verandert het brein?
Het menselijk brein is opgebouwd uit ongeveer 100 miljard hersencellen (neuronen). Recentelijk onderzoek heeft herhaaldelijk aangetoond dat het brein het opmerkelijke vermogen bevat om paden te reorganiseren, nieuwe verbindingen te maken.

Use it or loose it
Hersenplasticiteit is een fysiek proces en de grijze massa van onze hersenen kan ook werkelijk verkleinen of verdikken; neurale verbindingen kunnen gemaakt en verfijnd worden of verzwakt en verbroken worden.
Veranderingen in het fysieke brein geven zich weer als een verandering in onze vaardigheden. Er worden nieuwe ‘draden’ (neurale wegen) aangemaakt die aan het lichaam doorgeven hoe het lied gespeeld moet worden. Aan de andere kant, wanneer we dingen vergeten of niet meer doen, wordt dit proces omgekeerd. De neuroconnecties die deze vaardigheid mogelijk maakten zullen geleidelijk verdwijnen. Als je iets niet doet wordt je er minder bedreven in.

Neuroplasticiteit en hersenletsel
Een positief gevolg van neuroplasticiteit is dat hersenactiviteit die geassocieerd is met een functie van de hersenen kan worden verplaatst naar een andere locatie van de hersenen, hetzij als gevolg van een normale gebeurtenis of in geval van hersenletsel of herstel. De term voor deze gebeurtenis wordt ‘functionele verplaatsing’ genoemd. Dr. Norman Doidge geeft een complete uitleg en omschrijving over functionele verplaatsingen in zijn boek “The Brain That Changes Itself: Stories of Personal Triumph from the Frontiers of Brain Science”. In zijn vervolgboek ‘The brains way of Healing’ beschrijft hij tevens het werk van Anat Baniel.

Een bijzonder voorbeeld is dat van een chirurg van in de 50 die een beroerte heeft gehad, met ten gevolge een verlamde linkerarm. Tijdens de revalidatie werd zijn werkende arm vastgebonden zodat hij deze niet kon gebruiken en kreeg hij de opdracht om een tafel schoon te maken. In eerste instantie was de opdracht ontmoedigend en onmogelijk. Langzaam maar zeker begon de verlamde arm te ‘onthouden’ hoe het moet bewegen. De chirurg heeft opnieuw leren schrijven, tennis en vele andere dingen die eerder onmogelijk leken. Uit dit voorbeeld blijkt dat de functies van de gebieden van de hersenen die werden gedood bij de beroerte overgebracht werden naar gezonde gebieden van de hersenen.
Een studie van Maguire, Woollett en Spiers uit 2006 toonde aan dat Londernse taxichauffeurs een grotere hippocampus (het achterste gebied van de hersenen) hebben dan Londense buschauffeurs. Dit komt door het feit dat dit gebied gespecialiseerd is in verwerven en gebruiken van complexe ruimtelijke informatie om zo efficiënt mogelijk te navigeren. Buschauffeurs gebruiken dit gedeelte van de hersenen in mindere mate, aangezien er vaste busroutes zijn.

Wat is spasticiteit?

Spasticiteit wordt veroorzaakt door het ontbreken van remmende invloeden van de cortex. In ons zenuwstelsel zijn slechts twee krachten actief; excitatie (prikkeling) en inhibitie (remming). Het evenwicht tussen neurale excitatie of prikkeling en neurale remming is cruciaal voor gezonde beweging, cognitie en gedrag. Onze hogere hersenfuncties (cortex) houden zich bezig met neurale remming van de prikkeling van het ruggenmerg. Als een deel van de hersenen beschadigd is, neemt de ruggenmergreflex (aanspanning van de spieren) in abnormale mate toe door het verlies van de remming door de cortex, resulterend in spasticiteit. Als bv door gevolg van trauma het gedeelte van de hersenen die een arm aanstuurde beschadigd is geraakt, kan de arm spastisch worden. De mate van spasticiteit hangt af van het aantal neurobanen/ connecties die beschadigd zijn. 

Stretchen
Stretchen om spasticiteit tegen te gaan of om spieren langer te maken helpt nooit!!
Een spier heeft een automatische stretchreflex om de spier te beschermen tegen scheuren. Als er teveel spanning om een spier komt gaat deze vanzelf samentrekken. Vandaar dat stretchen van een gespannen spier ook erg pijnlijk is. Alleen door de tegengestelde spier (antagonist) aan te spannen laat een spier los. Dit kan door juist mee te bewegen met de samentrekking in plaats van er tegenin te gaan.

Heeft u nog andere vragen? U kunt mij mailen of de vraag hieronder stellen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *